The Gigante Jumper: het goede, het slechte en het lelijke
Ik heb al mijn goede vrienden een Gigante gegeven. Iedereen heeft er een, behalve ik. Ik had net een laptoptas voor mezelf gemaakt, het werd kouder, en ik besloot dat ik in plaats van een vest een trui wilde. Wat er aan het eind uitkwam, is de trui waarvoor vreemden me nu op straat aanspreken. Wat ze niet zien: vier keer opnieuw beginnen, een mouw die niet werkte, twee halzen die ik heb uitgehaald, een kleur die mijn partner me heeft afgeraden, en de steken waarvan ik zwoer dat ik ze nooit zou doen. Dit is het hele verhaal, met de foto's die ik onderweg heb gemaakt.
Het goede
Ik begon niet met een tekening. Ik ben nu eenmaal dol op onze merinomelanges, dus hij zou altijd uit die familie komen. Pastel Rainbow heeft mint, boter, perzik, hemelsblauw en citroen in één streng. Het plan, voor zover dat er was, ging niet verder dan dit: een band over de borst, de manchetten en de hals in één effen kleur, en die kleur gehaald uit de melange zelf. Ik heb er een paar geprobeerd.
Ik ben grafisch ontwerper. Kleur is het deel van mijn vak waar ik het best in ben, en ik heb altijd gevonden dat lavendel mijn kleur was. Mijn partner vond het te vrouwelijk. Dus koos ik, met tegenzin, voor donker bosgroen, en ging verder.
Het slechte
Ik breide de voorkant en de achterkant in de gewone Gigante-wol, de ongesponnen lont waar elk vest van gemaakt is, met de band in bosgroen. Nog geen hals, nog geen mouwen. En het klopte niet. Niet het breiwerk: de wol. Een trui moet vallen en bewegen, en deze bleef uit zichzelf rechtop staan. Een harnas. De dikte die een vest maakt, is gewoon te veel voor een kledingstuk dat aan je lijf moet hangen en met je mee moet bewegen.
Ik haalde hem uit. Ik breide hem opnieuw. Die haalde ik ook uit. Vier keer, en ergens daartussen was ik aan het haarkloven, en aan het wolkloven, en toen viel het kwartje. In design hebben we één regel boven alle andere: vorm volgt functie. De vorm paste niet bij de functie van een trui, dus de vorm moest veranderen. De lont die van de spinnerij komt, is zo'n 2,5 cm dik en onbruikbaar tot hij getemd is, en dat temmen is de eerste klus bij elke bundel die we verkopen (er is een hele post over). Dus waarom niet nog een keer splitsen? Nog steeds prachtig, nog steeds Gigante, met kleinere steken die bij een trui passen. Ik probeerde het, en Gigante Junior was geboren.



Gigante Junior op de naalden, opgewonden tot een bol en gebreid tot het lijf. Splitsen is priegelwerk. Door de draaiing van de spinnerij wikkelen de twee helften om elkaar heen, en gesplitste lont breekt als je je haast, dus elke bol wordt met de hand gesplitst en langzaam opgewonden. Het is een hoop gedoe. De trui is het waard. En tegen de tijd dat het lijf opnieuw gebreid was, was het groen ook verdwenen en kwam de lavendel weer uit de la. Zodra ik de band op het lijf zag, wist ik dat mijn eerste ingeving goed was geweest.
De gesplitste wol gaf me iets wat ik niet had verwacht: vrijheid. De vesten brei ik met mijn vingers. Gigante Junior zette me weer op naalden, en ik raakte weer bevriend met technieken die ik lang niet had aangeraakt. Meerderen vanuit de rechte en vanuit de averechte steek. Boordsteek van 1 recht, 1 averecht voor de boorden. En dingen die eigenlijk helemaal niet bij grof breiwerk horen, zoals matrassteek voor de zijnaden, wat de dikke wol gewoon niet toelaat.
Toen het lijf eenmaal goed was, gingen de mouwen mis. Ik nam steken op rond het armsgat en breide in het rond naar beneden, en de eerste versie was te smal. Grof en smal gaan niet samen. De tweede ook niet. De derde keer gaf ik de mouw de breedte die hij nodig had, liet ik hem pofferig vallen en verzamelde ik hem in een lange, effen manchet in Lavender. Dat is de mouw in het patroon.
Het lelijke
De hals. Die deed ik eerst in Lavender, een boord in boordsteek met de Eggshell-steken eromheen. Hij zag er dik uit en hij zag er verkeerd uit. Ik haalde hem uit en probeerde het opnieuw, boordsteek in Lavender op het afgemaakte lijf. Nog steeds verkeerd. Een hele hals in Lavender trekt je blik omhoog en weg van de band, en om die band draait de hele trui.



Hals één, hals twee, en de hals die bleef. De oplossing was de hals in boordsteek in de melange te breien en pas bij het afkanten over te stappen op Lavender, zodat je één dun lijntje kleur krijgt waar hij je huid raakt, en verder niets.
En dan was er het moment dat de trui af was en ik hem niet mooi vond. Lijf klaar, mouwen erop, hals goed, en hij zag er vlak uit. Onaf. Ik legde hem op tafel en staarde er een tijdje naar.
De rijgsteken had ik nooit gepland. Sterker nog, ik had besloten ze niet te doen. De vraag die ik vaker krijg dan welke andere ook, onder elke post en in elk bericht, is waarom ik de steken niet laat zien zoals elke grote, grof gebreide trui dat doet, en ik wist waarom niet: één ontwerpster heeft die steek tot haar handtekening gemaakt, en ik wilde niemands werk kopiëren. Toen dacht ik aan sneakers. Adidas, Nike, elk sportmerk ter wereld gebruikt dezelfde taal, de strepen, de swoosh, de zool, en niemand noemt dat kopiëren. Je kunt je door een taal laten inspireren zonder iemands werk te kopiëren. Dus pakte ik een grote, botte naald en een stuk Eggshell.
Hij had het crème nodig. De trui werd pas echt de trui op de laatste middag.
Langs de boven- en onderkant van de band. Een ring rond elke manchet. Een spiraal rond de boord die de averechte toeren volgt. Het kostte een middag, en het veranderde alles.



De steken die de band omlijsten en de manchetten omringen, de steken van dichtbij, en de spiraal rond de boord van achteren.
De trui
Hij kostte 25 tot 30 uur op de naalden, en dat terwijl ik alles nog aan het uitzoeken was. Hij weegt ongeveer tweeënhalve kilo. De band zit alleen op de voorkant, dus de achterkant blijft helemaal melange. En mensen spreken me erop aan. Geen vrienden die aardig doen: vreemden, op straat, die vragen waar hij vandaan komt.
Dus heb ik het uitgeschreven. Drie maten, S tot L, elke steek in een telpatroon, en de wol al verdeeld en opgewonden, want ik ga jou het priegelwerk niet laten doen. Het patroon zit in de kit, bij de Gigante Junior, en sla je de naalden liever over, dan brei ik de jouwe hier in Worthing. Lavender was al die tijd mijn kleur.
Eén kanttekening, en die meen ik. Een Gigante-trui is flink priegeliger en moeilijker dan een Gigante-vest. Ik zeg niet dat de vesten makkelijk zijn, maar om te beginnen zijn de steken hier kleiner, je breit met naalden in plaats van met je vingers, en er komt veel meer techniek bij kijken: opgenomen mouwen, meerderingen, boordsteek, matrassteek, de rijgsteken. Heb je al eens een vest bij ons gebreid, dan voelt het lijf vertrouwd en staat de rest stap voor stap in het patroon. Zo niet, begin dan met een vest.
En ik ben nog niet klaar met Gigante Junior. Ik ben er zo blij mee dat ik er een lijn mutsen van aan het maken ben. Het patroon bestaat al, en ik test het in mengkleuren en in effen kleuren. Wordt vervolgd.
Verder lezen

Ongesponnen wol splitsen voor grof breiwerk: het goede, het slechte en het pluis
Het halfuur handwerk achter elke bol van onze wol. Gigante Junior begint hier.
Lees dit hierna →
